Evolutie

november 21, 2008

Is het onredelijk om te verlangen van je lief dat ze meegroeit wanneer je zelf verandert?

Het is vreemd. Jaren leef je samen met een leeftijdsverschil dat geen van beiden erg opvalt. Maar eenmaal student-af, begint mijn levensbrein te werken. Uit de cocon van dag-op-dag leven (er is altijd een vriend en/of frietkot om de hoek) sla je aan het denken, aan het peinzen zelfs.

Misschien heb ik gewoon te veel tijd. Ik lees weer boeken. Ik engageer me in vrijwilligersgroepen met een schoon doel. Ik verlies vrienden die enkel binnen het frietkot kunnen overleven, die slechts voldoen met een maaltijd als motief.

Het oude wordt nietig, verandert van betekenis. Wat je nu meemaakt, verandert je verleden. Ik heb het nog nooit zo intens gevoeld als nu. Maar dat gevoel zal mettertijd ook vervagen, vervreemden, veranderen.

Of niet?

Sweeney Todd

oktober 17, 2008

Mijn voorliefde voor de houten plankenvloer en levensechte ervaring van het theater moet het dezer tijden afleggen van enkele uitstekende films. Na Million Dollar Baby twee weken geleden zag ik gisteren Sweeney Todd.

De verhaallijn is tamelijk klassiek: na 15 jaar onterechte gevangenisstraf keert Benjamin Barker terug onder de naam Sweeney Todd om wraak te nemen op rechter Turpin. Het motief voor die veroordeling valt uiteraard in de liefde te zoeken: rechter Turpin had een oogje op Sweeney’s vrouw. Daarna evolueert de film op Shakesperiaanse wijze naar de ultieme wraak. Ik hoed mij ervoor de plot te verklappen.

Wat deze film zo briljant maakt, zijn de inkleuring (de stad, de landschappen, de mensen, de kleren: allemaal zwart/wit. Enkel het rijkelijk vloeiende bloed en een blik in de droomwereld van Mrs. Lovett bekennen kleur) en uiteraard de gezongen teksten doorheen de film. Films als Dancer in the dark en Moulin rouge hebben groot succes gehad met heel uitbundige muzikale scènes, maar Sweeney Todd pakt het veel ingetogener aan. Geen dans, geen open keelgaten.

Maar wat mij vooral opviel, was mijn spontane associatie met Hans en Grietje. Mrs Lovett’s voorkomen strookt volledig met dat van een heks, en haar pasteiwinkel doorstaat zonder moeite de vergelijking met het peperkoeken huisje. Net zoals Hänsel valt Sweeney voor de culinaire ideeën van de heks, waarvan de kannibalistische trekjes absoluut niet verdoezeld worden. Maar wanneer Sweeney haar ware bedoelingen ontdekt, duwt hij haar zonder pardon in, jawel, de oven.

What I loved

oktober 8, 2008

“Every story we tell about ourselves can only be told in the past tense. It winds backwards from where we now stand, no longer the actors in the story but its spectators who have chosen to speak. The trail behind us is sometimes marked by stones like the ones Hansel first left behind him. Other times the path is gone, because the birds flew down and ate up all the crumbs at sunrise. The story flies over the banks, filling them in with the hypotaxis of an ‘and’ or an ‘and then’. Writing is a way to trace my hunger, and hunger is nothing if not a void.”   (What I loved, Siri Hustvedt, Sceptre, 2003, pp. 364-365)

Siri Hustvedt laat aan het eind van haar roman het ik-personage aan het woord. Die geeft aan waarom hij zijn verhaal heeft neergepend. Net als het hele boek is die motivering helder en doordacht.

‘What I loved’ is een boek dat je steeds opnieuw kan vastnemen, en waar je steeds opnieuw nieuwe verbanden in kan leggen. Het doet je denken en verbazen. Het doet je je eigen wereld herdenken volgens nieuwe inzichten. En dat is uiteindelijk waar het in kunst om draait.

Waw

oktober 8, 2008

Net een week in Münster, Duitsland doorgebracht. Een stad die doordrenkt is van vrede. In 1648 werd er de vrede van Münster, onderdeel van het verdrag van Westfälen genoemd, gesloten, een belangrijke mijlpaal in de Europese geopolitieke geschiedenis. Tegenwoordig is het een groen, gezellig en blank provinciestadje.

Ook hangen er drie geestelijken in kooien aan de toren van een kerk. Münster is in de Middeleeuwen enkele jaren overheersd door protestanten. Eenmaal de katholieken terug met de scepter zwaaiden, hebben drie protestantste gezagvoerders het moeten ontgelden. Tot op de dag van vandaag. Zodat de vrede voor altijd bewaard zou blijven. Het is gelukt, ze zijn er nog altijd katholiek.

Op de terugweg moest ik overstappen in Keulen. Keulen lijkt me een volgebouwde, multiculturele stad met agressievere Duitsers. Maar bovenal staat er een dom. Ik stond werkelijk paf van de Kölner Dom. Zó groot. Hier voel je dat mensen indertijd in volle bewustzijn in een immense, almachtige God moeten hebben geloofd.

Tegenwoordig is men wat genuanceerder over Gods almacht.

Knoert

september 30, 2008

Ik besef nu pas dat de url van deze blog een knoert van een typfout bevat.

Pientere ik. Wat nu?

Million Dollar Baby

september 30, 2008

Ik zag net Million Dollar Baby.

Een hele hele knappe film. Sterke acteurs, sterke dialogen, en krachtige beeldspraak. Goed scenario.

Het doet een mens nadenken over zijn eigen doelen in het leven.

Ik ben altijd een jongen geweest zonder doel. Als ik voetbal, speel ik op het middenveld. Ik vang de eerste aanval op, recupereer en zet een tegenaanval op. Ik deel wel eens een assist uit, maar scoor nooit. Ze zeggen me dat ik de goal niet weet staan.

Ik heb mijn zesde middelbaar moeten overdoen. Verstand genoeg, zelfs in die mate dat er naar verluid een halve strijd was tussen leerkrachten tijdens de deliberatie. Sommigen wilden mij toch laten overgaan, ook al had ik onvoldoendes voor wiskunde, aardrijkskunde én duits.

Er zit vanalles in mij. Verstand, creativiteit. Ook wilskracht.

Ik geef het gewoon geen richting, geen doel.

Altijd maar opnieuw: bryter layter. Altijd maar opnieuw.

Altijd maar opnieuw.

Altijd maar opnieuw.

De muziek is van Clint Eastwood.

Cassette #1

september 25, 2008

Zita Swoon – Me & Josie on a saturday night: de dag dat Songs about a girl verscheen, stond ik vijf minuten voor het openingsuur van de Bilbo -die toen nog tegenover de Ballon op het Hooverplein was gevestigd- te wachten. Nadat de uitbater even later de nog ongeopende doos met nieuwe albums had opgengescheurd en ik apetrots de eerste verkochte cd opzette, stond ik versteld van het openingsnummer. Die stemmen, die stemmen!

Nick Drake – One of these things first: een tweede song met een prachtig zondagochtendgevoel.

Ray Charles – Georgia on my mind: Wonderschoon, een fantastische artiest die het introducerende trio van deze cassette vervolmaakt.

Lees hier wat volgt…

Cassette #1

september 25, 2008

Ik ben absoluut geen moderne muziekdragerfan. Ik heb geen mp3-speler, geen I-Pod, geen I-Tunes, geen illegaal downloadprogramma, geen cd-brander of cd-kopieerprogramma en sinds kort ook geen eigen opnameprogramma meer (mijn Fisher Pricerecorder niet meegerekend). Ik hou aan mijn collectie cd’s en bovenal heb ik een zwak voor cassettes.

Het samenstellen van een cassette is een ambacht. Er zijn talloze valkuilen bij het maken van cassettes. Ik waag me er gemiddeld om de maand aan. Wordt binnenkort verwacht: samenstelling en bespreking van cassette #1.

Boek

september 25, 2008

Mijn laatste bezoek aan Gerrit Komrij’s blog had drie gevolgen.

1. Ik ben meteen origamipapier gaan kopen om een boekje van te plooien. Mijn vriendin, die toen bijna verjaarde, had daar heel blij mee moeten geweest zijn. Totdat ik hopeloos in de knoei raakte.

Wie graag 90 velletjes origamipapier krijgt, geeft maar een seintje.

2. Ik ben meteen mijn stapel cd’s ingedoken en heb Bryter Layter opgediept. Nick Drake is een ideale vriend om ‘s ochtends mee wakker te worden, ‘s middags mee te lunchen en ‘s nachts naar te luisteren.

3. Ik ben meteen mijn boekenkast ingedoken en heb Eendagsvliegen opgediept. Een boekje met mijmeringen en aantekeningen van Komrij. Zulke boekjes zijn schatten voor wie graag in andermans gedachten logeert.

Zijn blog lijkt me trouwens een moderne en constante update van dat boekje. Ik ben een fan.

Gewoon iemand

september 25, 2008

Ik was gisteren op bezoek bij Y, iemand met wie ik al enkele jaren goed opschiet.

Ze zat samen met een kotgenote in de keuken van haar kot warme chocomelk te drinken. Een keuken waar overigens de kotgenoten gedurig in en uit liepen, zoals dat hoort in de keuken van een kot. Uiteindelijk hebben we er twee uur gezeten, met wisselend gezelschap en wisselende gesprekken.

Op de onvermijdelijke vragende blikken in mijn richting antwoordde Y met “Gewoon, iemand.” Dat volstond. Ook toen ik de zoveelste kotbewoner aan de andere zag vragen wie die jongen was, antwoordde die: “Gewoon, iemand.”

Ik ben gewoon, iemand, en dat bevalt mij heel goed.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.